Waarom grappige oefenzinnen beter werken
Ken je die oefenzinnen nog van vroeger? Rijen letters, lijstjes losse woorden, of een zin als "de kat zit op de mat". Je typte ze omdat het moest. Niemand was benieuwd naar de volgende.
Bij lerentypen.nl doen we dat anders. Elke oefenzin heeft iets grappigs, geks of verrassends. "Mijn oma rijdt op een struisvogel naar de supermarkt." "De leraar niest zo hard dat zijn pruik op het bord plakt." Dat is geen versiering. Het is een keuze die invloed heeft op hoe je kind leert.
Wat er gebeurt bij een saaie zin
Een saaie zin vraagt niets. Je kind ziet hem, typt hem af en vergeet hem meteen. Dat klinkt misschien prima, want het gaat toch om de vingers? Maar zo simpel is het niet.
Wie zich verveelt, raakt sneller afgeleid. De ogen dwalen af, de aandacht zakt, en de vingers gaan op de automatische piloot. Juist dan sluipen er fouten in. En verveling maakt het verleidelijk om te stoppen. Niet omdat het te moeilijk is, maar omdat het niets oplevert.
Wat er gebeurt bij een grappige zin
Je kind wil weten wat er staat
Een grappige zin trekt de aandacht. Je kind leest hem echt, in plaats van hem alleen af te typen. Het wil weten hoe de zin afloopt. Wat doet die struisvogel? Waar komt die pruik terecht? Die nieuwsgierigheid houdt de aandacht vast, precies zolang als de oefening duurt.
Lezen en typen gaan samen
Typen is niet alleen een beweging van de vingers. Het begint met lezen. Een kind dat een zin in één keer leest en begrijpt, kan hem vlotter typen dan een kind dat letter voor letter moet kijken. Zinnen die een klein verhaaltje vertellen, oefenen dat vloeiende lezen vanzelf mee. Je kind gaat in woorden en zinsdelen denken in plaats van in losse letters.
Een reden om door te gaan
Na een grappige zin wil je kind de volgende zien. Dat klinkt klein, maar het maakt het verschil tussen een les die je afwerkt en een les die je afmaakt omdat je wilt. En omdat de zinnen zelf leuk zijn, zijn er geen punten, munten of cadeaus nodig om je kind aan het oefenen te houden. Hoe je motivatie verder rustig houdt, lees je in ons artikel over gemotiveerd blijven.
Foutloos typen voor een extra rare zin
Er zit nog een klein extraatje in. Na een foutloze oefening kan er een extra gekke zin verschijnen, een beloningszin. Kinderen merken dat snel, en gaan dan net iets preciezer typen om hem te zien. Zo stimuleert de humor precies wat je wilt: nauwkeurigheid.
Hoe we de zinnen maken
Grappig is niet hetzelfde als flauw of gemeen. Daarom houden we ons aan een paar duidelijke regels.
Het soort humor
De toon is die van een goed kinderboek. Absurd, een beetje ondeugend, maar nooit gemeen. Denk aan dieren die rare dingen doen, situaties die uit de hand lopen, overdrijving, raadsels en woordgrappen. Een scheet mag. Meer niet.
Wat nooit in een zin staat
Geen geweld, geen pesten, geen merknamen en geen echte personen. Ook geen uitroeptekens om te laten zien dat iets grappig is. Een goede zin is grappig zonder dat erbij te zeggen.
Alleen de toetsen die je kind al kent
Elke zin gebruikt uitsluitend de toetsen die je kind op dat moment heeft geleerd. In de eerste lessen zijn dat er nog maar weinig. Dan zijn echte zinnen bijna onmogelijk en werken we met ritmische onzinwoorden. De humor zit dan in het ritme. Zodra er genoeg letters zijn, worden het echte minisituaties.
Streng geselecteerd
Niet elke zin haalt de cursus. Zinnen die niet grappig genoeg zijn, vallen af. Een saaie zin zien we als een fout die we moeten verbeteren.
Twee stijlen
Niet iedereen lacht om hetzelfde. Daarom zijn er twee gelijkwaardige stijlen oefenzinnen. De grappige stijl is absurd en lief. De stijl straattaal is droog, met jongerentaal van nu en zelfspot. Allebei zijn ze voor iedereen die het leuk vindt. Beide stijlen gebruiken dezelfde toetsen en zijn even moeilijk. Je kind kiest zelf en kan per oefening wisselen, en jij kunt als ouder een stijl uitzetten. Meer over die tweede stijl lees je in ons artikel over straattaal.
Zie het zelf
Het werkt het best als je het ziet. Laat je kind de eerste les doen, of doe hem zelf. Hij is gratis en je hebt geen account nodig. Let op het moment waarop je kind begint te grinniken. Dat is het moment waarop het echt leest.